Mannetje of vrouwtje:

Wanneer men besluit om met chinchilla's te gaan kweken, is het belangrijk dat men het geslacht van de chinchilla's kan bepalen. Men kan het verschil tussen een mannetje en een vrouwtje niet op het eerste gezicht bepalen. Om het geslacht van de chinchilla te bepalen moet je hen grondig aan de staart bekijken. Het geslachtverschil is goed te zien aan de ruimte die er is tussen de anus en de geslachtsopening. Bij een bokje is de afstand tussen de anus en de geslachtopening groter dan bij een vrouwtje. Bij een vrouwtje steekt de anus tegen de geslachtsopening.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Koppelen:

Er zijn vele manieren om te koppelen. Zeer jonge chinchilla's kan je zo bij elkaar zetten zonder enig probleem.
Bij oudere chinchilla’s is dat in veel gevallen wel een probleem.
Wij koppelen zo oudere chinchilla’s
: We hebben een kleine kooi die past in onze grote kooi. De dominanste van de 2 steken we in de kleine kooi. Daarna zetten we deze kleine kooi in de grote chinchilla kooi en laten we deze zo een paar dagen staan. Dan kunnen de chins aan elkaar ruiken en aan elkaar wennen. Als we na een paar dagen zien dat deze rustig zijn laten beide chins bij elkaar in de grote chinchillakooi. Wij hebben tot nu toe altijd al geluk gehad dat de chins zo aan elkaar gekoppeld zijn en dat ze nadien voor een paar nakomelingen gezorgd hebben.

Bronst:

Vrouwelijke chinchilla's laten een dekking alleen toe wanneer ze bronstig en vruchtbaar zijn. Hierbij speelt geur een belangrijke rol: het mannetje kan ruiken of een vrouwtje vruchtbaar is of niet. De eerste bronst van een jong vrouwtje vindt plaats op een leeftijd van 5 maanden. dit is echter te vroeg om haar laten te dekken. Een jong vrouwtje zou best niet gedekt worden voor een leeftijd van 7 maanden, het beste zou zijn om een chinchilla pas te laten dekken als ze 9 à 10 maanden oud is.

Men moet er wel rekening met houden als een bokje reeds op jonge leeftijd dekt, dat de kans bestaat dat hij niet meer zal groeien indien hij niet volgroeit is en dan klein zal blijven.

Dekking:

Omdat chinchilla's eigenlijk avond en nacht dieren zijn en in de ochtend weer gaan slapen, is de kans groot dat de dekking s'nachts zal plaatsvinden. Bij een dekking zal het bokje enige tijd achter het vrouwtje jagen. Men zal zien als het bokje stopt met achter het vrouwtje te jagen, dan gaat het vrouwtje hem uitdagend met haar achterste en staart omhoog hem benaderen. Voor de dekking echt heeft plaats gevonden, word dit ritueel een paar keer na elkaar gedaan. Als de dekking perfect is gebeurdt dan heb je hoogstwaarschijnlijk na 111 dagen kleintjes.

Zwangerschap en geboorte:

Wanneer een chinchilla zwanger is verloopt de dracht over het algemeen probleemloos. Soms is het nauwelijks te zien dat een vrouwtje dikker wordt, in andere gevallen worden ze echter kogelrond. Vlak voor de bevalling wordt het vrouwtje erg onrustig. De bevalling zelf verloopt meestal zonder problemen. Wanneer chinchilla's geboren worden zijn deze volledig behaard, hun oren en ogen zijn. Dus deze kunnen na de geboorte direct kijken. Kleine chins lopen direct mee rond in de kooi samen met hun ouders en groeien in een razend tempo op. Als ze een week of twee zijn moet men niet verschieten, want deze kunnen dan al bovenaan in hun kooi zitten. Een paar weken later beginnen de jongen samen met hun ouders aan vast voedsel te knabbelen en uit nieuwsgierigheid beginnen ze de zandbak te verkennen.

 

 

 

 

Voortplanting

  Terug / Home
In de vrije natuur krijgen chinchilla's maar 1 keer per jaar jongen. De paringstijd valt meestal in de herfst om na ongeveer 110 dagen draagtijd in de lente te bevallen. Bij de chinchilla's bij ons in de huiskamer is hun voortplantingsgedrag volledig aangepast. Dit wil zeggen dat zij geen paringstijd meer kennen en het ganse jaar door hun jongen werpen. Ook worden er meer jongen geboren. Meestal 2 jongen, maar tegenwoordig komt het meer en meer voor dat er nesten zijn van 4 jongen.