Gouldamadine

Gouldamadine

De gouldamadines zijn zeer kleurrijke vogels die behoren tot de familie van de prachtvinken. We vinden deze terug in 3 kopkleuren. Deze leven in de savanne-achtige, lichtbeboste en heuvelachtige gebieden in het noordelijke deel van Australië.

 

  • Latijnse naam: Chloebia gouldiae
  • Nederlandse naam: Gouldamadine
  • Engelse naam: Gouldian finch
  • Duitse naam: Gouldamadine
  • Franse naam: Diamant de gould

 

 

De gouldamadine komt in zijn oorspronkelijke vorm in drie verschillende kopkleuren voor:

 

 

 

 

 

 

De geelkop wordt zo genoemd, maar is eigenlijk oranje van kleur.

 

Vroeger hield men ze voor drie aparte soorten. Momenteel beschouwt men ze als drie verschillende kleurvormen van één en dezelfde soort, dus ook niet als drie geografische rassen. In de vrije natuur komen alle drie de vormen binnen eenzelfde populatie en derhalve over de gehele verspreidingsgebied voor.

  • de zwartkop
  • de geelkop
  • de roodkop
  • Geslachtsonderscheid:

De vrouwtjes zijn heel goed herkenbaar aan hun doffere verenkleed en tijdens het broedseizoen heeft hun snavel een donkergrijze kleur. Soms onbreekt bij de vrouwtjes de blauwe band aan de achterzijde van de kop of is deze band zwakker van kleur.

  • Sociale eigenschappen:

Gouldamadinen zijn sociale en vreedzame vogels die graag elkaars gezelschap opzoeken. In de natuur leven ze in grote groepen bij elkaar. De mannetjes vechten niet onderling en zelfs tijdens de broedperiode leeft een groep vreedzaam samen. Deze vogels houd u bij voorkeur in een groepje in plaats van een koppel of zelfs eenling. Wanneer u met deze vogeltjes wil kweken, kunt u beter wat meer mannetjes dan vrouwtjes houden, zodat het vrouwtje haar partnerkeuze kan bepalen.

  • Geschikte behuizing:

Deze vogels komen het beste tot hun recht in een kamer- of buitenvolière. Ze kunnen desondanks wel in (broed-) kooien gehouden worden, maar doordat een beperkte ruimte ze niet stimuleert tot bewegen, zijn verstopping en vervetting het gevolg. Deze Australische prachtvinken zijn echte zonaanbidders. Bij de plaatsing van een (kamer-) volière moet hiermee rekening gehouden worden. Beplanting wordt op prijs gesteld, maar is strikt niet nodig. Een nestje wordt in een half gesloten nestkastje gebouwd met verschillende materialen. Geschikt hiervoor zijn onder meer uitgekookt en kortgeknipte henneptouw, maar ook mos, hooi, sisal en kokosvezel.

  • Omgevingstemperatuur:

Deze vogels hadden, en hebben soms nog, de naam zeer warmtebehoeftig te zijn en werden (en worden) daarom veel in continu kunstmatig verwarmde ruimten gehouden. Inmiddels zijn veel van deze dieren gewend geraakt aan het gematigde klimaat. Veel liefhebbers houden deze vogels tegenwoordig dan ook in een buitenvolière, waar ze zich in de winter- maanden in een goed geïsoleerd nachthok kunnen terugtrekken. Zoekt u gouldamadinen voor de buitenvolière, dan spreekt het voor zich dat men de vogels aanschaft van bij een kweker die zijn dieren in een buitenvolière huisvest en kweekt. Een omgevingstemperatuur van 15 tot 25 graden Celsius geldt voor deze vogels als ideaal.

  • Voedsel:

De hoofdvoeding voor deze vogels bestaat uit zaden. Veelal verkocht als mengsel van tropenzaad met millets. Zorg dat de zaden niet te oud zijn. Bewaar deze in een afgesloten ton of emmer zodat ook de muizen er niet bij kunnen. Wanneer de zaden muf ruiken of er dof uitzien, geef het dan niet meer aan de vogels. Naast de gewone zaden is een bakje met onkruidzaden ook aan te raden. Dit zorgt niet alleen voor variatie, maar zijn ook rijk aan vitaminen.

 

Wat ook niet mag ontbreken is eivoer. Een klein snoepbakje in de kooi en deze elke dag verversen. Zorg dat het niet te droog is, maar maak deze een beetje vochtig. Let op dat het niet te nat wordt, want het eivoer wordt te plakkerig en bederft sneller.

 

Waar deze vogels ook erg verzot op zijn is trosgierst. Dit wordt niet alleen opgehangen in de kooi om van te eten, maar ook tegen de verveling. Ze kunnen dan lekker in de halmen hangen en knabbelen. Sla af en toe eens een dag over met trosgierst, anders worden de vogels dik en eten ze de andere zaden niet.

 

  • Kweek:

Deze vogels hebben steeds de naam gekregen slechte broeders te zijn, komt ondermeer omdat de vrouwtjes vroegtijdig hun legsel in de steek laten. Omdat veel kwekers toch jongen willen van deze vogels, worden daarom japanse meeuwtjes ingeshakeld om de eitjes uit te broeden. Dit geeft doorgaans zeer goede resulten, maar het is nog altijd beter dat ze zelf hun eitjes uitbroeden en hun jongen opbrengen. De jongen die door hun ouders worden grootgebracht en niet door japanse vogels noemen we "natuurbroed". Om te trachten om een succesvolle natuurbroed te hebben is het misschien aan te raden dat de pop haar man zelf uitzoekt. Zoals eerder al gezegd maken ze hun nest in een half gesloten nestkastje. Als ze jongen hebben en deze vliegen uit kunnen deze nog gemakkelijk 6 tot 8 weken bij hun ouders blijven. Onder normale omstandigheden krijgen de jongen na 3 à 4 maanden hun uiteindelijke kleur, maar vaak duurt dit langer. Een goed kweekkoppel kan erg aan elkaar gehecht raken en het is dan ook beter ze nooit van elkaar te scheiden.

  • Activiteiten:

Gouldamadinen zijn vrij rustige vogeltjes en kunnen redelijk vertrouwelijk met hun verzorger worden als ze rustig worden benadert.

  • Mutaties:

Deze vogels hebben verschillende mutatiekleuren zoals: blauw, geel, pastel, witborst, enz.....

Nuttige info:

 

  • aantal eitjes: 4 tot 8 eitjes
  • broeddagen: 14 dagen
  • uitvliegen: na ongeveer 3 weken