Bichenowastrilde

Bichenowastrilde

De bichenowastrilde is een klein, opvallend vogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken. Deze komen het meest voor in Noord-Australië.

Er zijn 2 ondersoorten: bichenow met witte stuit en

de bichenow met zwarte stuit.

 

 

  • Latijnse naam: Poephila bichenavii
  • Nederlandse naam: Bichenowastrilde
  • Engelse naam: Bicheno finch
  • Duitse naam: Ringel Astrild
  • Franse naam: Diamant de Bicheno

 

  • Geslachtsonderscheid:

 

Het uiterlijke verschil tussen de man en de pop is bij deze soort vrij moeilijk te onderscheiden. De pop zou een smallere zwarte keel- en borstband hebben die ook meestal wat minder intensief van kleur is dan bij de man. Zo is ook meestal het witte masker van de pop minder intensief wit. De man zou dan beschikken over een diep zwarte vleugeldekveren en een diep zwarte staart, bij de pop zou deze grijszwart zijn. De mannetjes zingen en dat doen de vrouwtjes niet.

 

  • Sociale eigenschappen:

 

Bichenowastrilden zijn onderling erg sociaal. Ze kunnen dan ook perfect met andere vogelsoorten als met eigen soortgenoten samen gehouden worden in een volière. Alleen tijdens de kweekperiode duld het mannetje geen andere vogels in de buurt van het nest.

 

  • Geschikte behuizing:

 

Men kan de Bichenowastrilde gemakkelijk houden in een buitenvolière als in een kamervolière. In de kweekperiode kan men ze zelfs gemakkelijk in een kweekkooi houden. Natuurlijk hebben ze ook een voorkeur voor een buitenvolière die goed beplant is met ondermeer struiken en heesters.

 

  • Omgevingstemperatuur:

 

Bichenows zijn nu ook geen zwakke vogels, maar ze zijn wel slecht bestand tegen de kou en het vocht. Daarom zou het ook geen slecht idee zijn om voor deze vogeltjes een goed geïsoleerd binnenhok te hebben als men deze buiten houdt. Men kan natuurlijk ook altijd in de winter verwarmen of de vogels ergens binnen nemen zodat ze beschermd zijn.

 

  • Voedsel:

 

Als basis kan men ze een goede zaadmengeling voor tropische vogels geven, aangevuld met trosgierst, wat gekiemde zaden en een klein beetje groenvoer. De bichenows hebben voor, tijdens en na de kweek ook een groot behoefde aan dierlijke eiwitten en dit in de vorm van eivoer en levende insecten. Wat er ook in voldoende mate aanwezig mag zijn zodanig dat de vogels dit naar behoefte kunnen opnemen is grit en maagkiezel.

 

  • Kweek:

 

Voor de kweek verkiezen deze vogels meestal een gesloten nestkastje. Soms kan het ook zijn dat ze een bolvormig nest maken in het beschutte groen. Voor het maken van hun nest gebruiken ze graag kokosvezels, grashalmen, veertjes en uitgeplozen sisaltouw. De bichenows zijn wel vogels die de eiren vafwisselend gaan bebroeden. In het begin bestaat de voeding voor de jongen vooral uit dierlijke voer. Deze moeten dan ook in meerdere malen per dag worden verstrekt. Wanneer de jongen uitgevlogen zijn kunnen deze nog niet voor zichzelf zorgen en dus blijven de ouders er dus nog een aantal weken voeren. Zolang de ouders de jongen nog blijven voeren brengen ze de nachten nog altijd door in het nest tot ze zelfstandig zijn. Een goed koppel in goede conditie kunnen wel meerdere legsels per seizoen grootbrengen. Wanneer de jongen een leeftijd hebben bereikt van 3 maanden dan krijgen ze hun volwassen kleuren.

 

  • Activiteiten:

 

Bichenowastrildes zijn er beweeglijke, levendige vogels. De mannetjes kunnen zingen, maar men moet dat gezang zeker niet vergelijken met het gezang van een kanarie of sommige andere vinken. Men kan de bichenows terug vinden in alle lagen van een volière en ze durven zelfs hun voedsel op de grond gaan zoeken. De nachten brengen ze meestal door in een nestje.

 

 

Nuttige info:

 

  • aantal eitjes: 4 tot 5 eitjes
  • broeddagen: 12 tot 13 dagen
  • uitvliegen: na ongeveer 3 weken