Barmsijs

Barmsijs

De barmsijs is een zangvogel en behoort tot de familie van de prachtvinken.

 

Deze hebben een grootte van ongeveer 11,5 à 14,5 cm.

 

 

  • Latijnse naam: Carduelis flammea
  • Nederlandse naam: Barmsijs
  • Engelse naam: Lesser redpoll
  • Duitse naam: Birkenzeisig
  • Franse naam: Sizerin flammé

 

 

  • Geslachtsonderscheid:

 

De man is herkenbaar aan zijn karmijnrode borst, keel, wangen en stuit. Hij heeft heeft ook een minder grove bestreping en is in het geheel wat intensiever van kleur dan het vrouwtje. Beide geslachten hebben een rood "petje" op.

 

  • Sociale eigenschappen:

 

Barmsijzen zijn er verdraagzame vogels die geschikt zijn om met andere vogelsoorten samen te leven in een gemengde volière. De geschikste medebewoners zijn andere europese vogelsoorten. Barmsijzen kunnen vrij tam en vertrouwelijk worden. Bij een rustige benadering en een goede verzorging komen ze al snel uit de hand eten.

 

  • Geschikte behuizing:

 

Men kan de barmsijzen in een buitenvolière laten huizen, maar ook een kamervolière en een ruime (broed-) kooi komen in aanmerking. De geschikste behuizing voor de barmsijzen is natuurlijk een goed beplante buitenvolière.

 

  • Omgevingstemperatuur:

 

Barmsijzen zijn vrij geharde vogels. De volière moet op een beschutte plaats staan. Een weelderige begroeiing waartussen de vogels beschutting kunnen zoeken is natuurlijk aan te bevelen. Als beplanting komen met name groen blijvende struiken en heesters in aanmerking. Een vorstvrij nachthok is welkom, maar bij normale winter toestanden en bij de juiste ligging van de volière is dit geen noodzaak.

 

  • Voedsel:

 

Men kan deze vogels als basisvoer een zaadmengeling voor wildzangvogels geven, dat men aanvult met kleine beetjes insectenpaté. Levende insecten mogen daarnaast niet ontbreken. Wat ook goed opgenomen wordt zijn halfrijpe (onkruid-) zaden en groenvoer. Maagkiezel en grit behoren altijd in voldoende mate verstrekt te worden, zodat de vogels hiervan naar behoefte kunnen opnemen.

 

  • Kweek:

 

Deze soort is niet zo moeilijk te kweken. Ze staan samen met de groenvink bekend als de ideale vogel voor een beginnende kweker van Europese vogels. Naast kweekresultaten in volières en kweekvluchten zijn er ook talloze goede resultaten met broeden in kweekkooien. In een buitenvolière bouwen barsijzen hun nest het liefst in het groen. Hiervoor gebruiken ze allerlei nestmateriaal zoals grashalmen, hooi, stukjes mos en dierenhaar (vooral paardenhaar). Het bebroeden van de eitjes is vooral de taak van de vrouwtjes, het voeren van de jongen wordt dan weer door beide ouders gedaan. Ze krijgen vrijwel uitsluitend kleine levende insecten te eten en deze moeten dan ook meerdere malen per dag in ruim voldoende mate worden aangeboden. We denken hierbij aan bijvoorbeeld kleine stukjes meelwormen, buffalowormpjes, spinnetjes, fruitvliegjes en bladluis.

 

  • Activiteiten:

 

Barmsijzen zijn doorgaans vrij rustige en niet schuwe vogels. De mannetjes van deze soort zingen, maar hun zang is doorgaans niet echt melodieus.

 

  • Mutaties:

 

Er zijn inmiddels al verschillende kleurmutaties van de barmsijzen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Bijzonderheden:

 

Barmsijzen behoren tot de beschermde vogelsoorten. Dit wil zeggen dat alle barmsijzen die men in het bezit heeft, verplicht is te voorzien van een gesloten ring. Ook wanneer men kweekt met deze soort moet men weten dat elk jong voorzien moet zijn van een gesloten ring.

 

  • bruin
  • agaat
  • isabel
  • pastel
  • enz ...

Nuttige info:

 

  • aantal eitjes: 4 tot 5 eitjes
  • broeddagen: 13 dagen
  • uitvliegen: 18 dagen