Bandvinken

Bandvinken

De bandvinken behoren tot de familie van de prachtvinken. De herkomst van de

 

bandvinken is Afrika. Deze hebben een grootte van ongeveer 12 à 13 cm.

 

  • Latijnse naam: Amadina fasciata
  • Nederlandse naam: Bandvink
  • Engelse naam: Cut-throat Finch
  • Duitse naam: Bandamadine
  • Franse naam: Cou coupé
  • Spaanse naam: Capuchino de Garganta Cortada

 

  • Geslachtsonderscheid:

 

Het verschil tussen man en pop is bij volwassen vogels heel eenvoudig te zien. Hun naam danken ze aan de rode keeltekening die alleen het mannetje heeft. Bovendien zijn de vrouwjes overwegen lichter van kleur.

 

  • Sociale eigenschappen:

 

Bandvinken kunnen het onderling goed vinden, ook met andere weerbare vogels die even groot of groter zijn, geeft de omgang geen problemen. Wel staan ze bekend om hun storende gedrag tijdens de kweekperiode. Ze zijn dan vaak erg vervelend tegen de andere vogels. Ze durven dan wel eens eieren of kleine jongen uit het nest smijten.

 

  • Geschikte behuizing:

 

Men kan de bandvinken zowel in een ruime buitenvolière als in een kamervolière houden. Beplanting in hun volière wordt wel erg op prijs gesteld.

 

  • Omgevingstemperatuur:

 

Bandvinken zijn sterke vogels en wanneer ze beschikken over een tocht- , vocht- en vorstvrij nachthok hoeft men in de winter geen speciale voorzieningen te treffen voor deze vogels.

 

  • Voedsel:

 

Bandvinken zijn in eerste plaats zaadeters en men kan ze dan best ook zaadmengsel voor tropische vogels voor schotelen, aangevuld met trosgierst. In de kweekperiode eten ze ook wel eens graag wat groenvoer, eivoer, insectenpaté en gekiemde zaden. Wat er ook in voldoende mate aanwezig mag zijn is maagkiezel en grit, zodat ze deze naar behoefde kunnen opnemen.

 

  • Kweek:

 

Omdat bandvinken in de kweekperiode stoorzenders zijn voor de andere vogels, is het aanbevolen de koppels in die periode in aparte kweekkooien te houden. Bandvinken kunnen gemakkelijk kweken in een gesloten nestkastje als ook in een halfopen kastje. Het nest bouwen ze meestal van hooi, plantenworteltjes en grashalmen. De binnenkant wordt bekleed met zachte donsveertjes.

 

Wanneer ze eitjes hebben, worden deze door beide ouders afwisselend bebroed. Wanneer deze uit het ei komen worden deze door hun ouders gevoed. De dag dat ze uit het nest vliegen kunnen deze nog niet voor zichzelf zorgen en worden deze nog gedurende 2 weken door beide ouders gevoerd en begeleid. Vlak na de jongen uitvliegen kunnen de ouders al beginnen met een tweede legsel. Het kan drie tot vier maanden duren voordat de jongen hun uiteindelijke kleur hebben.

 

  • Mutaties:

 

Er zijn inmiddels al verschillende kleurmutaties van de bandvinken:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Bijzonderheden:

 

Bandvinken bastaarden met de roodkopamadinen. Daarom is het ook beter dat men deze soorten dan ook niet samen in één ruimte gaat houden.

 

  • Geelband
  • Ino
  • Wit
  • Isabel of pastel

Nuttige info:

 

  • aantal eitjes: 4 tot 6 witte eitjes
  • broeddagen: 12 tot 14 dagen
  • uitvliegen: op een leeftijd van één maand oud